
WIJK BIJ DUURSTEDE – In Café Pub De MalleMolen is de bal nog niet eens gaan rollen, maar aan de bar is het WK eigenlijk al begonnen. Tussen de glazen, de grote verhalen en de onverwoestbare overtuiging dat “wij het spelletje toch echt beter zien dan de bondscoach”, zijn de voorspellingen voor de MalleMolen WK-voetbalpoule binnen. En wat blijkt? De kenners van de kroeg hebben gesproken.
Spanje is de grote publieksfavoriet. Maar liefst 51 keer wordt La Roja als wereldkampioen ingevuld. Het land van tik-tak, steekpass en technische arrogantie heeft duidelijk indruk gemaakt op de MalleMolen-jury. Frankrijk volgt met 37 kampioensvoorspellingen en lijkt daarmee de keuze van de nuchtere analisten: breedte in de selectie, kracht op alle linies en altijd ergens een linksbuiten die harder loopt dan een barkruk kan vallen.
En dan Oranje. Ach, Oranje. Je kunt er nog zo verstandig over doen, maar zodra er een pouleformulier op tafel ligt, begint het toch weer te kriebelen. Nederland wordt 15 keer als wereldkampioen genoemd, en dat zegt alles over de MalleMolen: verstand van voetbal, zeker, maar ook een hart dat bij elk eindtoernooi weer gevaarlijk hard op hol slaat.
Als we alle voorspellingen bij elkaar optellen volgens het puntenmodel van de poule — 40 punten voor de wereldkampioen, 30 voor de nummer twee, 20 voor de derde en 10 voor de vierde — dan ontstaat er een duidelijke top.
Spanje eindigt als grote favoriet van het café, met een indrukwekkende voorsprong in het denkbeeldige MalleMolen-klassement. Frankrijk zit daar kort achter en wordt bijna net zo vaak genoemd, maar vaker als finalist of podiumploeg dan als absolute winnaar. Het is het klassieke verschil tussen romantiek en ratio: Spanje voor de flair, Frankrijk voor de zekerheid.
Daarachter begint het echte cafégesprek. Nederland, Argentinië, Brazilië, Portugal, Engeland en Duitsland vormen de brede subtop. Oftewel: precies de landen waarover aan tafel de meeste ruzie ontstaat. De één zweert bij Messi-erfenis en Argentijnse sluwheid, de ander ziet Brazilië altijd nog als Brazilië, terwijl Portugal volgens meerdere deelnemers “dit keer echt weleens” kan toeslaan. Dat is overigens een zin die ongeveer sinds 2004 elk toernooi terugkeert.
Nederland is een bijzonder geval. Oranje wordt niet alleen vaak genoemd, maar ook opvallend vaak hoog. Er zijn deelnemers die Nederland koel op plek drie of vier zetten, maar er zijn ook echte gelovigen. René van Kooten, Kaj van Hofwegen, Hanneke de Jong, Patrick Dijkstra, Jasmijn Pastor en anderen durven het gewoon aan: Nederland bovenaan.
Dat is geen voorspelling meer, dat is een levenshouding.
In De MalleMolen weet men bovendien: wie Nederland invult, doet dat nooit helemaal rationeel. Dat is het kruis dat iedere voetballiefhebber draagt. Je begint met “we hebben eigenlijk best een aardige ploeg” en drie minuten later sta je met natte ogen uit te leggen hoe we in de finale Spanje kapot gaan counteren.
Geen goede poule zonder mensen die de boel op stelten zetten. En ook dit jaar zijn ze er weer: de vrijdenkers, de dwarsliggers, de mannen en vrouwen die bij het invullen niet naar vorm, historie of bookmakers kijken, maar naar onderbuik, droombeelden en mogelijk een tweede speciaalbier.
John Nesselaar zet Ecuador doodleuk op één. Spaatje Met doet hetzelfde. Rinus Versol ook. Dat is geen voorspellen meer, dat is met open ogen de vulkaan in wandelen.
Moenir Ould el hadj geeft Marokko de eindzege. Wesley Nesselaar ziet Kroatië wereldkampioen worden. Erik Beckers zet Uruguay bovenaan. En Marco van Rijn noteert zelfs Curaçao als vierde. Dat zijn de biljetten waar de rest van de kroeg nu om lacht, maar die straks — heel misschien — als vergeelde profetieën boven de bar worden gespijkerd.
Ook Noorwegen duikt meerdere keren op als outsider voor plek vier. Blijkbaar heeft iemand ergens in de kroeg een heel overtuigend betoog gehouden over Scandinavische degelijkheid, Haaland-achtige spierballen en toernooivoetbal bij nacht.
Engeland wordt opvallend vaak in de top vier gezet, maar slechts een beperkt gezelschap durft de Engelsen ook daadwerkelijk wereldkampioen te maken. Wendy Beijk, Marco van Rijn, Jaap Dijkstra, Ernst Reinders en Yoeri Lakerveld behoren tot de dappere minderheid die denkt dat football eindelijk weer thuiskomt.
De rest van De MalleMolen lijkt Engeland vooral te zien als ploeg die lang meedoet, veel praat, veel talent heeft en dan ergens in de halve finale op dramatische wijze ten onder gaat. Kortom: Engeland.
Brazilië wordt nog altijd vaak genoemd, maar niet meer met de vanzelfsprekendheid van vroeger. Zes deelnemers zetten de Goddelijke Kanaries op één, onder wie Thea Saracino, Fred de Jong, Dominique van den Broek, Michel Verhoef en Brent Pastor.
Toch lijkt Brazilië in deze poule meer een gevaarlijke outsider dan dé grote favoriet. De naam alleen is nog steeds genoeg om respect af te dwingen, maar in De MalleMolen is men niet meer automatisch onder de indruk van een geel shirt en een paar soepele heupen. Er moet tegenwoordig ook gewoon verdedigd worden, zo streng is de moderne kroeganalist geworden.
Sommige deelnemers kiezen voor de klassieke zekerheid: Spanje, Frankrijk, Argentinië en Brazilië in wisselende volgorde. Dat zijn biljetten die ruiken naar studie, voorbereiding en een zekere angst om voor gek te staan.
Maar de mooiste biljetten zijn natuurlijk de formulieren waar je meteen een karakter uit leest. Verenigde Staten derde. Japan op het podium. Bosnië vierde. Ivoorkust vierde. Mexico in de finale. Paraguay tweede. Dit zijn geen voorspellingen, dit zijn kroegmonumenten.
En ergens weet iedereen: zo’n voorspelling hoeft maar één keer bijna uit te komen en je bent de rest van je leven “die man van Paraguay”.
De MalleMolen heeft gesproken. Spanje is de kampioen van het formulier, Frankrijk de ploeg die niemand wil tegenkomen, Nederland de droom die aan de bar nooit sterft. Daarachter loeren Argentinië, Brazilië, Portugal en Engeland, terwijl Duitsland opvallend vaak als degelijk podiumland verschijnt maar minder vaak als eindwinnaar.
Maar zoals iedere kenner weet: een poule win je niet met logica alleen. Je wint hem met één geniale gok, één krankzinnige kwartfinale en één speler waarvan niemand wist dat hij ineens vrije trappen in de kruising kon leggen.
Vanaf nu ligt alles vast. De biljetten zijn binnen. De praatjes zijn groot. De glazen zijn gevuld.
En ergens in De MalleMolen kijkt iemand naar zijn formulier met Ecuador als wereldkampioen en denkt:
wacht maar.
Portugal krijgt er nog een extra kampioensstem bij, want Abby van Rooijen schuift de Portugezen brutaal naar plek één, met Spanje als finalist, Nederland op het podium en Brazilië als vierde. Daarmee groeit het Portugese kamp in de MalleMolen-poule nog een stukje verder: niet de grootste favoriet, maar wel duidelijk de ploeg van de kenners die graag nét tegen de stroom in varen.
En in de conclusie kun je aanpassen naar:
Vanaf nu liggen 143 biljetten op tafel. De praatjes zijn groot, de glazen zijn gevuld en ergens in De MalleMolen rekent iemand Portugal alvast voorzichtig door naar de finale.