
Onder een gure hemel, waar de Ardennen hun tanden laten zien en de wegen omhoog kruipen alsof ze zelf ook twijfelen, schreef Wendy Beijk haar eigen wielerroman.
Luik-Bastenaken-Luik, La Doyenne, de oudste en meest koppige van alle klassiekers, werd dit jaar niet gewonnen door een geharde veteraan met ingevallen wangen en een blik vol oorlog. Nee, het was Wendy Beijk die de koers naar haar hand zette. En eerlijk is eerlijk: met zo’n achternaam had het ook bijna niet anders gekund.
Al vroeg hing er iets in de lucht. Geen regen, geen sneeuw, maar onvermijdelijkheid. Terwijl anderen rekenden, wachtten en voorzichtig hun kaarten vasthielden, reed Wendy alsof ze al wist hoe het verhaal zou eindigen.
Vorig jaar was ze in de Tourpoule nog de koningin van de tweede plaats. Altijd dichtbij, altijd net niet. Een erelijst vol zilver, alsof het lot haar wilde plagen. Maar wielrennen kent geen medelijden, alleen revanche.
En die kwam.
Op de hellingen waar benen zwaar worden en excuses licht, legde ze de mannen er simpelweg op. Tony Devolder keek achterom en zag vooral de rug van de vrouw die vandaag niet te stoppen was. Bas van der Veer probeerde nog iets terug te zeggen met de pedalen, maar sommige antwoorden komen te laat.
Wendy bleef overeind waar anderen kraakten. Ze won niet alleen de koers, maar ook het verhaal dat er al maanden omheen hing.
La Doyenne betekent De Oude Dame. Een bijnaam vol geschiedenis, stof en heroïek. Maar wie Wendy daar zag finishen, wist één ding zeker:
deze dame is nog lang niet versleten.